V A A R B E L A N G E N - S T A N D P U N T E N

In de statuten van De Toerzeilers neemt de belangenbehartiging een belangrijke plaats in. De commissie

Vaarbelangen speelt hierbij een centrale rol. Zij houdt planologische en andersoortige ontwikkelingen -

zowel bij de beleidsvorming als bij de uitvoering - die van invloed zijn op vaargebied en vaargedrag in de

gaten en stelt zo nodig actie voor.

Toelichting:

De Toerzeilers participeren vanaf 1-1-2018 in het bestuur van Waterrecreatie Nederland (WN), de

nationale publiek-private koepel. Tezamen met Hiswa-Recron, Sportvisserij Nederland, het

Watersportverbond, de Nederlandsche Roeibond en het Verbond Nederlandse Motorbootsport vormen

De Toerzeilers de groep private leden. De koepel heeft een meerjarenprogramma 2024-2028 en

concentreert zich daarin op het behoud en de uitbouw van het landelijke toervaartnet/voorzieningen,

de zorg voor veiligheid, duurzaamheid en innovatie en de daarmee samenhangende

belangenbehartiging.

De samenwerking tussen de individuele bonden en verenigingen voor concrete zaken wordt

georganiseerd in het Netwerk Waterrecreatie. Onder WN ressorteert ook Varen Doe Je Samen (VDJS);

een apart gefinancierd meerjarenprogramma.

De Toerzeilers onderscheiden de volgende categorieën; in het jaarplan komt de actuele prioriteit aan de

orde:

1. Veiligheid

2. Onbelemmerd vaarwater

3. Natuur en Milieu

4. Ontwikkeling toervaarnet met voorzieningen

5. Landschap

6. Betaalbaarheid

7. Ruimtelijke ontwikkelingen

8. Organisatiestructuur van de waterrecreatie.

9. Beperkende regelgeving

In dit document worden deze onderwerpen behandeld door het standpunt weer te geven en welke actie

daaruit voortvloeit; een toelichting is in een separaat stuk weergegeven om de leesbaarheid te

vergroten.

1. Veiligheid.

Standpunt:

Vaarregels moeten in Varen Doe Je Samen (VDJS) actief gepromoot worden; iedere watersporter - ook

niet vaarbewijsplichtig - moet er op een moderne manier kennis mee maken. In ons boordboek wordt in

het hoofdstuk “Eigen schip en Veiligheid” ook uitvoerig aandacht besteed aan dit onderwerp.

Actie:

Actief meewerken aan en inspelen op de communicatie door VDJS.

In VDJS verband (en bij relevante verenigingsactiviteiten) aandacht blijven vragen voor gebruik van de

(mobiele) marifoon.

Specifieke acties liggen op het terrein van de commissie Veiligheid.

2. Onbelemmerd vaarwater

2.1. Brug- en sluisbediening.

Standpunt:

Het is noodzakelijk dat er adequate openingstijden zijn bij bruggen- en sluizen, ook bij spoorbruggen. Er

moeten de nodige (en goed onderhouden!) wachtsteigers zijn. Na de spits moet er voldoende

bedieningstijd zijn om wachtende jachten door te laten. Gelijktijdige doorvaart van beide kanten

bevorderen, hetgeen betekent dat het nieuwe bruglicht rood dubbel groen snel moet worden

ingevoerd. Opstomen bij groen-rood om opening kort te houden. Info over de lichten van beweegbare

en gesloten bruggen raadplegen (zie ons eigen boordboek en de brochures van VDJS).

Actie:

Inzetten op goed overleg met Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail zeker nu er zoveel achterstallig

onderhoud is met daaruit voortvloeiende hinder. Inbrengen dat het vaarseizoen langer wordt: van 1

maart tot 1 november. Toenemende verkeersdrukte en renovatie/vernieuwing leiden tot fricties tussen

vaar- en (spoor)weggebruikers. Betrokken blijven bij de discussie over de doorvaart van beroeps- en

pleziervaart op de Gouwe en bij de openingstijden van de spoorbrug te Gouda. Verder is de Algerabrug

in de Staande Mastroute (SMR) punt van aandacht. NS (ProRail) wil naar een 10 minuten spoorboekje.

Dat levert problemen op bij de spoorbruggen van Dordrecht en Gouda. Samen met Koninklijke

Binnenvaart Nederland (KBN) onderneemt de commissie Vaarbelangen (met WN) actie.

2.2 Staande-mast-route (SMR)

Standpunt:

Het moet te allen tijde mogelijk zijn in één etmaal van het Markermeer naar Dordrecht vice versa te

varen. Dit betreft dan de route via Amsterdam met nachtelijke doorvaart. Via Haarlem doe je er een dag

langer over. Actueel zijn er door achterstallig onderhoud vele beperkingen bij sluizen en bruggen. Het is

essentieel dat er altijd één route beschikbaar is. De SMR is een wezenlijk onderdeel van de

Basisrecreatietoervaartnet (BRTN). Die mag niet ondersneeuwen nu er zoveel werkzaamheden de SMR

onder druk zetten.

Actie:

Gelet op het noodzakelijke vele onderhoud is de grootste prioriteit het beschikbaar houden van

tenminste één route (of de westelijke via Haarlem of de oostelijke via Amsterdam). Dat is al uitermate

lastig. Gepleit wordt om bij langdurige stremmingen, tussentijdse doorvaart mogelijk te maken. Daar

moet echter al in de aanbesteding rekening mee worden gehouden. Verder is van belang dat bruggen

zoveel mogelijk identieke onderdelen hebben die op voorraad zijn en niet in China op maat gemaakt

moeten worden als er een onderdeel defect is. We trekken veel op met de andere

watersportorganisaties; onze betrokkenheid bij het SMR-overleg (route Amsterdam/Haarlem-

Dordrecht) is er mede namens het Netwerk Waterrecreatie. Ook bij het traject Amsterdam-Den Helder

zit de commissie Vaarbelangen aan tafel. Hetzelfde geldt voor het overleg over een convenant voor

Noord-Nederland, het traject Delfzijl-Lemmer.Vaarbelangen; Standpuntennota 2026

2.3 Doorvaart windparken op zee

Standpunt:

Veilige vaart moet voorop blijven staan. Beperkingen moeten zo veel mogelijk worden ingedamd door

regelingen of gedragscodes vast te leggen voor nachtelijke doorvaart en doorvaart bij slecht weer. Er

wordt sterk gelobbyd voor het medegebruik van de windparken voor o.a. aquafarming, maar dat mag

niet betekenen dat de doorvaartmogelijkheden in het gedrang komen. Inmiddels kiest het Noordzee-

akkoord voor doorvaart via corridors; De Toerzeilers tezamen met de Kustzeilers/Watersportverbond en

BBZ hebben ingezet op vrije doorvaart zoals ook in de zienswijze en daaropvolgende beroep bij het

windpark Borssele. De uitgevoerde pilot (2020-2021) geeft duidelijk aan dat er zich geen problemen

hebben voorgedaan. Wij hadden gelijk, maar kregen het niet omdat de rechter koos voor corridors.

Door in te zetten op de aantasting van de veiligheid van de kleine vaart, als gevolg van het besluit de

windparken te sluiten, proberen we de parken weer (deels) open te krijgen voor doorvaart.

Actie:

Bevorderen van veilige doorvaart door gescheiden houden van grote en kleine scheepvaart. Betrokken

blijven bij de besluitvorming over de dimensionering van en routering binnen de corridors, alsmede bij

de bevordering van de veiligheid. Vrije doorvaart blijven bepleiten zoals die ook geldt in het Verenigd

Koninkrijk en Denemarken. Onze leden attenderen op de vele belemmeringen die ontstaan. Corridor

regels actief promoten en de leden wijzen op het raadplegen van het Noordzeeloket/doorvaart bij het

plannen van de reis.

2.4. Fonteinkruid

Standpunt:

De overlast van fonteinkruid moet met alle middelen worden bestreden. Tenminste door het maaien

van de vaargeulen, vaarroutes en wedstrijd- en oefengebieden in het Markermeer en IJmeer, alsmede in

de Randmeren. Het centrale deel van het Markermeer moet fonteinkruid vrij blijven en ook eilanden

horen daar niet thuis. Wel inzet maar geen betaling door de sector.

Actie:

Bij de in voorbereiding zijnde nieuwe samenwerkingsovereenkomst waterplanten Zuidelijke

IJsselmeergebied 2024-2028 zijn de Toerzeilers actief betrokken door deelname in de voorgestelde

projectgroepen waaronder die welke de handreiking maaien betreft. Die moet worden aangepast: meer

dan 10% van het areaal en meer dan een keer per seizoen. De Toerzeilers willen net als Hiswa-Recron en

het Watersportverbond ook een eigen plaats in de kerngroep, die de SOK gaat besturen. Waar nodig

moet betond worden. De in 2024 aangelegde permanente betonning van Hoorn naar Volendam

markeert westelijk daarvan het gebied waar waterplanten voorkomen; oostelijk moet het gebied

waterplantenvrij blijven. Het opschuiven van de betonning is onacceptabel. Oostelijk moet zonder

vergunning en zonder ruimtelijke beperking gemaaid mogen worden. Pleiten voor verdieping van

vaargeulen en -routes, zodat het fonteinkruid geen kans krijgt. Zandwinning projecten moeten hierop

worden afgestemd. De waterplantenaanpak moet ook in het Programma Aanpak Grote Wateren

(PAGW) een plaats krijgen. De groei van waterplanten tot de vooroevers beperken.

2.5 Baggeren

Standpunt:

De jachthavens moeten bereikbaar blijven. Daar waar vaarwateren onder het Basis Recreatie

Toervaartnet vallen, moeten de minimale diepten gewaarborgd worden, ook als waterschappen

afwijkende normen hanteren.

Aktie:

In alle overlegfora waar nodig naar voren brengen.

2.6 Stremmingen en beperkingen bij (water) bouwwerkzaamheden

Duur van een stremming zo kort mogelijk houden en buiten het vaarseizoen. Excessieve wachttijden

vermijden.

Actie:

De verantwoordelijke instanties moeten worden aangesproken op tijdige en volledige communicatie.

2.7. Knelpunten kruisingen weg-, spoor-, en waterverbindingen

Standpunt:

Geen knelpunten bij kruisingen.

Actie:

Tweerichtingsverkeer zoals bij de Haringvlietbrug; snel invoeren van het nieuwe bruglicht rood dubbel

groen. Bij bedienen op vaste tijden: aanleg van voldoende wachtsteigers en moorings waar mogelijk.

“Blauwe Golf” op vaste tijden zoals tussen Middelburg en Vlissingen. Tunnel of aquaduct aanleggen bij

zeer intensief verkeer van binnenvaart en recreatievaart.

3. Natuur en Milieu

3.1 Beheerplannen Natura 2000

Standpunt:

Uitgangspunt is dat in beheerplannen aan vastgesteld “bestaand gebruik” niet moet worden getornd.

Flexibiliteit moet ingebouwd worden; onnodige afsluitingen moeten worden voorkomen. Verdere

beperkingen van de recreatie zijn niet acceptabel.

Actie:

Betrokken worden bij de aanpassingen in bestaande beheerplannen; waar nodig indienen van

zienswijzen.

3.2 Gedragscodes

Standpunt:

Er zou één landelijke gedragscode moeten komen, met artikelen voor speciale gebieden zoals de

Wadden en het IJsselmeer, die het wenselijke gedrag ten opzichte van natuur en milieu voor allen

duidelijk maakt! De vele nieuwe watersporters, die in de coronatijd het water hebben leren waarderen,

vragen daarbij om duidelijke en begrijpelijke informatie.

Actie:

Die gedragscode moet dan wijd verspreid worden. VDJS als nationaal programma is het meest geëigend

om deze code op te stellen.

3.3 Zeespiegelstijging.

Standpunt:

In 2019 is het Kennisprogramma Zeespiegelstijging gestart. Doel is de opgave voor veiligheid en zoet

water beschikbaarheid in kaart te brengen tot het jaar 2050 en een doorkijk te realiseren naar 2100. De

maatschappelijk betrokkenen worden via een klankbordgroep geconsulteerd en geïnformeerd over de

voortgang van dit programma. De commissie Vaarbelangen is vertegenwoordigd in deze

klankbordgroep. Uiteindelijk zal een gewogen beeld van de effecten van de zeespiegelstijging tot 2100

tot stand komen van waaruit maatregelen geformuleerd zullen gaan worden.

Aktie:

Op dit moment lijken voor de recreatievaart de invloed van saliniteit van de zoetwaterbuffer en de

versteviging van de zeekeringen de grootste factoren van belang; deze acties volgen.

3.4 Artikel 20 – gebieden (Voor recreanten gesloten natuurgebieden)

In een dichtbevolkt land als Nederland moet men uiterst terughoudend omgaan met het instellen van

reservaten, die recreanten buitensluiten. Zo mogelijk naar seizoen of gebruiksperiode differentiëren

(flexibiliteit; hand-aan-de-kraan principe). Dynamische zonering (doorvaart waar het kan, afsluiten waar

en wanneer het moet) moet staande praktijk worden. Al geruime tijd wordt samen met de Wadvaarders

bepleit dat wadplaten, die bij hoogwater onderlopen, overvaarbaar worden van 3 uur voor tot 3 uur na

hoogwater.

Aktie:

Blijven inzetten op “Open waar het kan; sluiten als het moet”.

3.5 Duurzaamheid

3.5.1 Antifouling

Standpunt:

De regelgeving voor plezier- en beroepsvaart moet worden gelijkgetrokken. Zwaardere antifouling voor

de binnenvaart kan niet verdedigd worden met de stelling dat men meer vaart. Het Nederlandse

standpunt moet worden omgedraaid: niet eerst verbieden, maar allereerst zoeken naar werkzame

oplossingen voor het zoute water. Daarbij vol inzetten op innovatie en nader onderzoek. Het

IJsselmeer/Markermeer is een potentieel drinkwaterbassin, dit moet tevens de keuze voor antifouling

bepalen.

Actie:

Verzamel toepassingen en standpunten over een langere periode om te zien wat beklijft. Promoot

biocidevrije oplossingen, die zich hebben bewezen.

3.5.2 Toiletlozingen

Standpunt:

Nagaan hoe effectief en efficiënt toiletlozingen kunnen worden tegengegaan.

Actie:

Een en ander gaat in hoge mate om bewustwording en toegang tot goede informatie. Bevorderd moet

worden dat er in de studiedagen en workshops die De Toerzeilers organiseren aandacht wordt besteed.

3.5.3 Dieselmotoren

Standpunt:

Diesels zijn een vervuilende vorm van voortstuwing; ook al is de bijdrage van de zeilende recreatievaart

gering, ontslaat ons dat niet van de morele verplichting onze bijdrage te minimaliseren. Stimuleren dat

dieselmotoren worden vervangen door niet milieubelastende vormen van voortstuwing. Niet alleen

elektrisch of waterstof, maar ook hybride vormen als diesel/elektrisch verdienen de aandacht.

Aktie:

Snelle winst is te behalen bij de introductie van biodiesel brandstoffen (HVO). Inmiddels zijn veel goede

elektrische oplossingen beschikbaar maar die zijn vaak toegespitst op sloepen en andere kleine

vaartuigen. Om toepassing van milieuvriendelijke voortstuwing te bevorderen moet kennis worden

gebundeld en voorbeelden worden besproken voor nieuwe en met name bestaande jachten. Het

Netwerk Waterrecreatie heeft een Netwerkgroep Energietransitie en HVO in het leven geroepen, waarin

de commissie Vaarbelangen deelneemt. Er is vanaf 2024 en veel aandacht besteed aan informatie en

dat moet in 2026 en verder worden voortgezet.

3.5.4 Oud polyester

Standpunt:

Daar waar schepen van polyester zijn vraagt de verwerking om speciale maatregelen. Afgedankte

polyester jachten verwijderen op een milieutechnisch verantwoorde manier.

Binnen Waterrecreatie Nederland neemt de HISWA-RECRON het voortouw om deze onderwerpen

geregeld te krijgen. Wij zijn hierin geen partij, maar volgen dit proces met belangstelling. Soms wordt dit

onderwerp ook gekoppeld aan de discussie over de invoering van scheepsregistratie. Hierbij zijn de

Toerzeilers wel actief betrokken.

4. Ontwikkeling Basis Recreatie Toervaart Net (BRTN).

4.1 Handhaving Toervaartnet

Standpunt:

Het Toervaartnet moet opgenomen worden en blijven in de omgevingsvisies (nationaal, provinciaal en

gemeentelijk) en moet een centraal aandachtspunt blijven van alle betrokken overheden.

Actie:

Waterrecreatie Nederland attenderen op knelpunten in de praktijk en op de noodzaak oplossingen te

vinden voor de problemen ontstaan door achterstallig onderhoud. Bij mogelijke (boven-) regionale

knelpunten de actuele ontwikkeling volgen en aan tafel komen om invloed uit te oefenen, ook om de

communicatie naar de gebruikers te verbeteren. Een blijvend concreet aandachtspunt is het verkrijgen

van meer ankerboeien op beschutte plaatsen zoals die bijv. met succes op het Haringvliet worden

toegepast. Hetzelfde geldt voor meer wachtsteigers langs de verschillende staande mastroutes.

4.2 Vernieuwing van sluizen Den Oever en Kornwerderzand

Standpunt:

De stremmingen moeten tot een minimum worden beperkt.

Actie:

Gebruik blijven maken van de inspraak- en overleg afspraken.

5. Landschap.

5.1 Openheid

Standpunt:

Openheid handhaven is van essentieel belang voor toerzeilers. Wat de windmolenparken betreft, is de

grens in het IJsselmeergebied qua hoeveelheid en bezetting bereikt.

Actie:

Tijdig zienswijzen indienen met name met het oog op windmolenparken en eilanden voor zonneparken

en natuurontwikkeling. Aandachtspunt is daarbij hoe in te spelen op de Regionale Energie Visies en op

het Programma Aanpak Grote Wateren (PAGW).

5.2 Windmolenparken op zee.

Standpunt:

Windparken buiten de 12-mijlszone zijn, gezien de Nederlandse verplichtingen, acceptabel en hebben

sterk de voorkeur boven grote concentraties in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta.

5.3 Licht- en horizonvervuiling beperken.

Standpunt:

In Natura 2000 gebieden licht- en lawaaibronnen beperken en waar mogelijk afschermen. De horizon

vrijhouden van belemmerende opstakels.

Actie:

Meewerken aan creatieve oplossingen zoals bij het windpark Fryslan waar lichten uit blijven als er geen

vliegverkeer is.

6. Betaalbaarheid

6.1 Bruggen en sluizen

Geen bruggeld.

Aktie:

Wij vinden brug- en sluisgelden geen goede zaak Als die dan toch geheven worden, moet met de pinpas

of via de smartphone betaald kunnen worden.

6.2 Regionale heffingen.

Standpunt:

Geen toeristenbelasting voor vaste ligplaatshouders, tenzij deze volledig ten goede komen aan de

waterrecreatie.

Aktie:

In alle relevante overlegfora naar voren brengen.

6.3 Vaarbelasting.

Standpunt:

Geen vaarbelasting, die in de Algemene Middelen van het Rijk verdwijnt. Invoering van een vaarbijdrage

heeft alleen meerwaarde als het gepaard gaat met een meerjarig investeringsplan, dat de waterrecreant

aantoont dat de middelen worden besteed ten behoeve van de waterrecreatie.

Aktie:

Vaarbelasting blijven bestrijden; met name indien de heffing eenvoudiger wordt bij een eventuele

invoering van de registratieplicht voor pleziervaartuigen.

7. Ruimtelijke ontwikkelingen.

7.1. Zuid-West Nederland

Standpunt:

De uitvoering van Agenda 2050 mag onbelemmerd varen niet hinderen.

Actie:

Intensief volgen en recreatievaartbelangen bepleiten waar nodig. Het volgen van de planontwikkeling in

de vorm van omgeving-visies, de detaillering en uitvoering van de Gebiedsagenda is van belang om te

bepalen waar actie nodig is. Betrokken blijven bij de discussie over de wijze van belasten van de

waterrecreanten op het Veerse Meer en de Grevelingen.

7.2. Verkeerspost Ouddorp.

Standpunt:

Nu de vuurtoren niet meer is bemand, is het van veel belang de situatie in het Slijkgat elders adequaat

te monitoren. Daartoe is nu de post bij Wemeldinge aangewezen.

Actie:

Betrokken blijven bij de uitwerking van de plannen inzake scheepvaartberichten en radarcontrole.

Nautin naar voren schuiven als informatiebron.

7.3. IJsselmeergebied.

7.3.1 Zandwinning

Standpunt:

Zandwinning zo mogelijk gepaard laten gaan met de bestrijding van waterplanten en het op diepte

houden van vaargeulen.

Actie:

In alle overlegfora blijven wijzen op deze mogelijkheid.

7.3.2 MarkerWadden

Niet meer eilanden dan de huidige Markerwadden, behalve in de ondiepe vooroevers gekoppeld aan

kust/dijkversterking. Het Markermeer is een buffer voor drinkwater! Niet is aangetoond dat de

Markerwadden een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit van het gehele

Markermeer.

Actie:

Aan tafel blijven zitten bij alle projecten die de inrichting van het gebied betreffen. Voortzetting van het

volgen van ontwikkelingen middels deelname aan het ROIJ, deelname aan Platformbijeenkomsten en

periodieke contacten met andere belanghebbenden. Waar mogelijk gezamenlijk optrekken.

7.4. Waddenzee

Standpunt:

Geen toegang beperkende maatregelen.

Actie:

Ontwikkelingen volgen via de samenwerking met andere recreatie-organisaties (Verbond Vaarrecreatie

Waddenzee).

7.5. Noordzee.

Standpunt:

De verdere uitrol van het Wind Op Zee programma heeft de meest directe invloed op ons vaargebied.

Ook vindt er een herziening plaats van de Natura 2000 maatregelen, Vaarbelangen is hierbij betrokken

en zal anticiperen als vanuit dat programma besprekingen naar voren gaan komen. Nadat de

recreatievaart en de visserij in het Noordzeeakkoord 2022 – 2027 buitenspel zijn gezet, kunnen wij niet

meer aan de planningsfase van het WOZ- programma deelnemen. Ons standpunt is dat de windparken

open moeten blijven voor doorvaart waar mogelijk. Verder wensen wij afdoende veiligheidsmaatregelen

om de risico’s, die zijn ontstaan door het volledig sluiten van de windparken op zee, te beperken.

Actie:

Samenwerking met het Watersportverbond/Kustzeilers en de beroeps chartervaart is van belang. De

zijdelingse betrokkenheid rond de ruimte-indeling op de Noordzee vraagt om het voortdurend

attenderen op onze belangen. Deelname aan de SAN en het daaruit voortgekomen MOSWOZ

(Monitoring en Onderzoeksprogramma Wind Op Zee) programma biedt ons de mogelijkheid om

tezamen met alle stakeholders en beleidsmakers de ontstane situatie te analyseren en mitigerende

maatregelen te nemen. Op dit moment is dit een vrij effectieve vorm van lobbyen, aangezien er valide

argumenten zijn om de algehele gebiedsafsluiting terug te draaien.

8. Organisatie Waterrecreatie.

Standpunt:

In het bestuur van Waterrecreatie Nederland (WN) de belangen van de Toerzeilers op de gekozen

thema’s van veiligheid, duurzaamheid en routenetwerken met de juiste accenten behartigen. In

concrete dossiers altijd oog hebben voor mogelijke samenwerking om de uitwerking van inspraak en

zienswijzen zoveel mogelijk te vergroten.

Actie:

Ook in de thema- en regiogroepen van WN de opvattingen van De Toerzeilers proactief uitdragen.

9. Beperkende regelgeving

9.1 Algemeen

Standpunt:

Regelgeving is nodig, maar terughoudendheid is gewenst.

Aktie:

Toezien op onnodig beperkende regelgeving; zie ook punt 3.4

9.2 AIS-B

Standpunt:

AIS-B is uit overwegingen van veiligheid dringend gewenst naast actieve radarreflectoren.

Actie:

Info en training over marifoongebruik en AIS tijdens de TZ-evenementen voortzetten. Het belang van AIS

benadrukken. Ook training in het gebruik van de jachtradar moet worden bevorderd.

9.3 Vaartuigregistratie

Standpunt:

Met alle waterrecreatiepartijen een gezamenlijk standpunt bepalen over de voorstellen voor registratie

vanuit de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid waar het hoofdaccent

ligt op tegengaan van ondermijning en verwijdering/sloop van schepen.

Aktie:

Blijven deelnemen aan het overleg met als doel het voorkomen van de invoering van een verplichte

registratie van recreatievaartuigen. Streven naar een koppeling van een internationaal erkend ICP met

een vrijwillige registratie. Voorkomen dat een registratie wordt gebruikt als middel voor een

vaarbelasting.

9.4 Verplicht Vaarbewijs met praktijkexamen voor jachten?

Standpunt:

Meer praktijk in het vaarbewijs curriculum inbouwen.

Aktie:

Stimuleren van het behalen van het vaarbewijs binnen de leden. Organiseren van voorbereidende

cursussen, waardoor de kans op slagen aanzienlijk toeneemt.

9.5 Snelvaren,

Standpunt:

Op de snelheid van RIB’s en andere snel varende boten moet actief worden gehandhaafd.

Aktie:

Participeren in acties om excessen tegen te gaan.

S N E L - N A A R